Minister Wopke Hoekstra over investeren en lenen door de coronacrisis: ‘We proberen de landing te verzachten, maar de pijn zal er zijn’

Minister van Financiën Wopke Hoekstra heeft op Prinsjesdag in de plenaire zaal van de Tweede Kamer de kabinetsplannen voor volgend jaar bekendgemaakt. Bij Op1 blikt hij terug op deze bijzondere dag én kijkt hij vooruit naar het aankomende jaar.

Prinsjesdag is dit jaar anders verlopen dan normaal. Geen balkonscène, geen rijtoer en niet in de Ridderzaal. Minister Wopke Hoekstra: ‘De ceremoniële kant was echt anders en zelfs de inhoud van de troonrede is anders. We zijn in compleet ander vaarwater beland dit jaar, dit is heel anders dan de bankencrisis en of de kredietcrisis.’ In deze onzekere tijden gaat de regering dan ook niet bezuinigen, maar investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, een sterke economische structuur en een schoner land.

De 94-jarige veteraan Jan Hoek werd genoemd in de troonrede, naar aanleiding van zijn brief. Hij schreef aan de jongere generatie dat hij ze dankbaar is voor hun inzet om zijn leeftijdsgenoten te beschermen. Maar hij vraagt ze ook of ze vol willen houden. Een 18-jarige jongen schreef hem terug. Hij bedankte Jan Hoek voor de vrijheid waarin wij nu leven, maar vertelt ook dat de onzekerheid over de toekomst van jongeren groot is en sleutelmomenten uit het leven aan de jongere generatie voorbijgaan. Deze briefwisseling raakt de kern van de troonrede van Prinsjesdag: perspectief voor de toekomst begint in het hier en nu.

Investeren en lenen

Minister Hoekstra investeert veel in de coronacrisis. ‘Wij denken echt dat dit een verstandig antwoord is op deze crisis. We willen inzetten op het behouden van banen en ondernemingen, maar dit is wel in de volle wetenschap dat dit de grootste economische crisis is die we sinds de Tweede Wereldoorlog meemaken. We proberen de landing te verzachten, maar de pijn zal er zijn.’

Het lijkt alsof er geen grenzen zijn aan de hoeveelheid geld die de minister kan investeren om de crisis tegen te gaan, maar dat is een misverstand. ‘We maken echt keuzes, zoals bijvoorbeeld over het steunpakket. We willen zekerheid geven voor een langere periode, maar we versoberen het pakket wel per drie maanden een beetje. Daarbij investeren we extra in omscholing, want er moet rekening gehouden worden met de sectoren waar de klappen het hardst zullen vallen, zoals de podiumkunsten, toerisme en de luchtvaart.’

Werkeloosheid

Toch is de kans groot dat de werkeloosheid zal toenemen met 150.000. Ook geluidsman Jan-Willem Stekelenburg raakt per 1 oktober zijn baan kwijt. Omscholing is voor hem hard nodig, maar het doet pijn om na 28 jaar afscheid te moeten nemen van zijn droombaan. ‘Ik zal wel moeten, ik heb maar twee jaar recht op een WW-uitkering.’ De oppositie wil dat mensen zoals Jan-Willem niet ontslagen wordt, maar juist doorbetaald en uiteindelijk omgeschoold.

Ook Shirley Pisano, al 11 jaar weddingplanner, zag deze zomer haar opdrachten kelderen. ‘Mensen willen niet in de 1,5-metersamenleving trouwen. Ze willen elkaar gewoon kunnen knuffelen. Iedere keer wordt er iets anders besloten, eerst mag je wel trouwen in de tuin, daarna ineens weer niet. Het is lastig, we willen dat er één lijn getrokken wordt.’

Groeifonds voor kennisontwikkeling, innovatie en infrastructuur

Er is nog veel onzekerheid in de komende periode, maar toch kiest het kabinet ervoor om een groeifonds in te voeren. ‘Dit is bedoeld om een structureel probleem op te lossen waar Nederland al jaren mee kampt: we zijn te veel bezig met de korte termijn en investeren te weinig in kennisontwikkeling, innovatie, infrastructuur en meer. We moeten hier meer aandacht aan besteden voor de volgende generatie. Zij hebben ook recht op goede wegen, goede ziekenhuizen en goed onderwijs. Voor hen is dat groeifonds bedoeld.’

De vraag blijft wel: wanneer wordt het geïnvesteerde geld van de coronacrisis terugbetaald? En door wie? Minister Hoekstra: ‘We kunnen dit geld nu investeren, omdat we de afgelopen jaren de overheidsfinanciën heel goed op orde hebben gebracht. Met de uitgaven die we nu doen komen we pas een beetje in de buurt van de problematische grens, maar we blijven er nog boven. Maar het moet wel ooit terugbetaald worden, hoewel we er een langere periode voor zullen moeten nemen. Dat kan 10, 15 of 20 jaar zijn, dat kunnen we nu nog niet zeggen.’

Kijk het gesprek met Minister Wopke Hoekstra, Joost Vullings, Jan Hoek, Jan-Willem Stekelenburg en Shirley Pisano hier terug:

Vergelijkbare artikelen